Kweekverslag stokstaarten (Suricata suricatta)

 

Geschiedenis.

Begin jaren negentig kwam ik voor het eerst in het bezit van een volwassen koppeltje stokstaartjes. Deze diersoort kwam je toentertijd weinig tegen in particulier bezit. De vorige eigenaar had al een aantal jaren drie koppels zitten, maar kweekresultaten waren er niet te melden. Hier lag dus een nieuwe uitdaging voor mij open. Omdat deze kleine roofdiertjes uit de familie van de civetkatachtige (Viverridae) al jaren mijn interesse wekte, had ik er veel over gelezen en ervaringen in dierentuinen aan gehoord.

Allereerst veranderde ik het voerschema, want alleen de kuikens en meelwormen die ze gewent waren leek mij niet echt een goed dieet voor stokstaartjes. Ik experimenteerde wat met verschillende merken kattenbrokken, verschillende soorten fruit en vlees. Ik plaatste meerdere nestkasten (papegaaien broedblokken in liggende positie) en na veel geduld en geluk werd er na acht maanden het eerste nestje met drie jongen geboren. Hierna volgden met grote regelmaat nestjes stokstaarten tot in 1997 mijn inmiddels op leeftijd zijnde fokstel overleed. Stokstaartjes worden zo’n tien á twaalf jaar, maar omdat ik mijn stel als volwassen dieren had gekocht kan je natuurlijk nooit exact de leeftijd bepalen. Ik bleef stokstaartloos, totdat ik eind 2006 iemand tegenkwam die net een jong koppel had samengesteld. Hiermee maakte ik de afspraak dat als hij er ooit mee zou kweken en de jongen wegdeed hij mij als eerste zou bellen.

In september 2007 werd ik gebeld en kon ik twee jonge vrouwtjes overnemen. Het geluk was met me, want diezelfde dag hoorde ik dat er bij een Nederlandse handelaar nog een losse man zat. Natuurlijk gelijk gebeld en de week erna ook dit dier opgehaald.

 

Huisvesting.

De stokstaartjes hebben bij mij de beschikking over een geïsoleerd binnen verblijf. Hierin staan twee nestkasten van 50x30x25 centimeter met een ronde opening van 11 centimeter doorsnede. Ook  hangt er een warmte lamp in van 75 watt die overdag zo’n twaalf uur brandt. De dieren maken hier dankbaar gebruik van door zich regelmatig onder de lamp op te warmen. Als het ’s winters vriest, laat ik hem ‘s nachts ook aan. Maar als het zomers warm is blijft hij overdag uit en brandt hij alleen in de vooravond nog een paar uur. Overdag zitten de dieren meestal buiten en doen zich tegoed aan de warme zonnestralen. Het buiten verblijf bereiken de dieren via een kattenluikje, ze kunnen dus altijd zelf bepalen wanneer ze naar buiten willen. Het buiten verblijf heeft een oppervlakte van zo’n tien vierkante meter. Het is opgebouwd uit glazen- en stenen wanden van één meter twintig hoog en de bovenkant is geheel open. De bodem is zo’n dertig centimeter uitgegraven en voorzien van een laag stoeptegels met daaroverheen weer een laag van zo’n twintig centimeter zeer grof rivierzand. Het voordeel van grof zand is dat het zeer goed water doorlatend is, dus het regenwater zakt er direct doorheen. Het verblijf is ingericht met wat grote natuurstenen, een aantal grote stenen potten en wat boom stronken. Ook staat er een oude stenen vuurpot in die met zijn hoogte van zeventig centimeter als uitkijk post fungeert. Binnen de groep stokstaatjes staat er wisselend één dier op de uitkijk, het liefst op een hoog punt (in de natuur zijn dit vaak termieten heuvels). Bij een dreigend gevaar (vaak een roofvogel die ze al als klein stipje in de lucht ontdekken) volgt een alarm kreet en vlucht de hele groep in de nestkasten. Als het gevaar geweken is komen ze langzaam weer naar buiten.

 

Voeding.

De stokstaartjes worden één keer per dag gevoerd. Het voedsel bestaat bij mij uit kattenbrokken, ééndagskuikens of ander vlees, verschillende soorten fruit en soms een paar kwarteleitjes. Regelmatig leg ik een vermolmde boomstam in het buitenverblijf die ze dan zelf uit elkaar peuteren op zoek naar insecten. Ze zijn hier vaak dagen mee bezig dus is het gelijk een goede vorm van gedragsverrijking. Drinkwater hebben ze altijd ter beschikking uit een drinkfles met kogelnippel.

 

Kweek.

Ongeveer half mei 2008 leek het wel of één van de twee vrouwtjes iets dikker was als de ander. De week erna was het verschil duidelijker geworden en wist ik zeker dat dit vrouwtje drachtig was. De weken erna werd ze steeds ronder en op elf juni hoorde ik zachte piepgeluidjes uit de nestkast dus waren er jongen geboren. (de draagtijd bedraagt overigens elf weken) Ik heb de boel zoveel mogelijk met rust gelaten tot 21 juni. Omdat we toen op vakantie gingen en ik toch wel heel nieuwsgierig was heb ik even in de nestkast gekeken en zag ik vier goeddoorvoede jongen liggen. De drie ouderdieren slapen overigens in dezelfde nestkast als waar de jongen liggen. Toen ik na negen dagen vakantie terugkwam liepen de jongen al door het buitenverblijf. Onze oppas had alles dus perfect verzorgd, zoals ze overigens altijd doet. ’s Avonds werden de jongen door de ouderdieren in de bek genomen en één voor één in de nestkast gebracht. ’s Morgens herhaalde dit ritueel zich, maar dan in omgekeerde volgorde en werden ze één voor één weer naar het buitenverblijf gebracht. Alle drie de ouderdieren zorgen gezamenlijk voor de jongen.

Toen de vier jongen (twee mannen en twee vrouwen) acht weken oud waren aten ze al goed zelf, maar ze dronken toch nog regelmatig bij de moeder.

In die periode werd ook het tweede vrouwtje drachtig wat zeer opmerkelijk is, omdat altijd wordt beweerd dat er binnen de groep maar één alfavrouwtje is en alleen zij jongen krijgt. Ook dit is perfect gelopen en zij bracht haar drie jongen ook goed groot. Het blijft gewoon een prachtig gezicht als deze zeer actieve dagdiertjes met hun jongen bezig zijn.